Een koekenpan gebruik je bijna elke dag: voor een gebakken ei, een stuk vlees, groenten uit de wok of pannenkoeken op zondag. Toch kopen veel mensen om de paar jaar een nieuwe, omdat de laag loslaat, de bodem krom trekt of alles begint vast te bakken. Dat is zonde van je geld en slecht voor het milieu.
Een pan die lang meegaat begint bij de juiste keuze van materiaal. Elk type heeft sterke en zwakke kanten, en wat voor de een perfect werkt, frustreert de ander. Hieronder lees je hoe rvs, gietijzer, keramiek en antiaanbak zich tot elkaar verhouden, waar je op let in de winkel en hoe je je pan zo lang mogelijk in goede staat houdt.
Rvs en gietijzer: de stevige blijvers
Een pan van roestvrij staal is vrijwel onverwoestbaar. Je kunt er met metalen spatels in werken, hij kan vaak de oven in en de vaatwasser is meestal geen probleem. Rvs is ideaal om vlees dicht te schroeien en om daarna met de aanbaksels een saus te maken. Het nadeel: zonder de juiste techniek plakt eten snel vast. Verhit de pan eerst goed, voeg dan pas vet toe en leg het eten er pas in als het vet heet is.
Gietijzer houdt warmte uitstekend vast en geeft vlees een prachtige korst. Een goed ingebrande gietijzeren pan bouwt in de loop der jaren een natuurlijke antiaanbaklaag op en kan generaties mee. Wel is hij zwaar, warmt hij langzaam op en moet je hem droog houden om roest te voorkomen. Liever niet in de vaatwasser of lang laten weken.
Keramiek en antiaanbak: makkelijk, maar kwetsbaarder
Pannen met een keramische coating zijn vrij van PTFE en voelen in het begin heerlijk glad aan. Je hebt weinig vet nodig en schoonmaken gaat snel. De coating verliest alleen vaak na een tot twee jaar zijn gladheid, zeker als je de pan op hoog vuur gebruikt of in de vaatwasser stopt.
Klassieke antiaanbakpannen met een PTFE-laag zijn het meest vergevingsgezind: eieren, vis en pannenkoeken glijden er zo uit. Ze zijn wel gevoelig voor krassen en oververhitting. Verhit zo’n pan nooit leeg op de hoogste stand en gebruik houten of siliconen keukengerei. Kies je hiervoor, investeer dan in een pan met een dikke, meerlaagse coating; die houdt het merkbaar langer vol dan een goedkope variant.
Waar je op let bij aankoop
Naast het materiaal bepalen een paar praktische zaken of je jarenlang plezier hebt van je pan. Neem de pan in de winkel even in je hand en stel jezelf deze vragen:
- Is de bodem dik en vlak, zodat hij niet krom trekt bij hitte?
- Is de pan geschikt voor jouw kookplaat, zoals inductie?
- Zit het handvat stevig vast, bij voorkeur geklonken of gelast?
- Voelt het gewicht prettig voor hoe vaak je de pan optilt?
- Past de diameter bij je pit en bij de hoeveelheden die je kookt?
Onderhoud dat het verschil maakt
De meeste pannen gaan niet kapot door ouderdom, maar door verkeerd gebruik. Laat een hete pan niet direct onder koud water schrikken, want dat kan de bodem vervormen. Gebruik bij coatings zachte sponsjes en geen schuurmiddel. Rvs krijg je weer glanzend met wat soda of een speciaal reinigingsmiddel, en gietijzer wrijf je na het afwassen in met een dun laagje olie.
Ook opbergen telt. Stapel je pannen, leg dan een theedoek of panbeschermer ertussen om krassen te voorkomen. Wil je meer weten over kooktechnieken die bij een bepaald type pan passen, dan vind je op Vraageenkok uitleg en antwoorden op allerlei vragen over koken en eten.
Welke pan past bij jou?
Bak je vooral eieren, vis en pannenkoeken, dan is een goede antiaanbakpan het handigst. Houd je van steaks en sauzen, kies dan voor rvs of gietijzer. Veel mensen hebben uiteindelijk het meest aan een combinatie: een stevige rvs- of gietijzeren pan voor het hete werk en een antiaanbakpan voor delicate gerechten. Zo belast je geen van beide te zwaar en gaan ze allebei langer mee.
